Waarom dit, en waarom wij? De kracht van gemeenschappen

Wij – Mariska van Keulen en Kees Fortuin – zijn allebei actief rond het buurthuis in zelfbeheer De Nieuwe Jutter in Utrecht. Iedere dag verbazen we ons over wat we meemaken in deze coronacrisis. Er is een sterke gemeenschap rond ons buurthuis. De Ouderensoos, de kaartclub, de biljartvereniging, de wijklunch, met elkaar is dat een soort infrastructuur. Het buurthuis en de gemeenschap er omheen versterken en voeden elkaar. Niet alleen in de directe omgeving, want wij wonen zelf wat verder weg. We zien het zelfde in onze straat en onze buurt. En in de stad. Het is allemaal met elkaar verbonden, het is een enorme kracht. Maar we verbazen ons ook over hoe moeilijk het is om dit alles zichtbaar te maken.

We kennen de helden van deze tijd, de zorgprofessionals. Het werd tijd dat hun enorme inzet, improvisatievermogen en creativiteit erkend werden. Er zijn echter ook ongeziene helden: talloze actieve bewoners en betrokken buren. Ze zijn massaal in het gat gesprongen dat de crisis sloeg, vanuit hun hart en bijna steeds onzichtbaar voor de buitenwereld. Ze zoeken helemaal niet de spotlights, dat is niet waarvoor ze het doen. Maar hun betekenis voor de samenleving is groot en die moet wél gezien worden. In deze verhalen willen we daarom als bewoners met een professionele achtergrond onze ervaringen delen. Zodat we ons bewust kunnen worden van de maatschappelijke rijkdom die er onder onze ogen ligt.

Op 13 maart ging De Nieuwe Jutter dicht. Voor een aantal mensen van onze Ouderensoos een kleine ramp. We weten meteen dat we het contact met hen moeten vasthouden. Twee dagen later hebben we een hulpnetwerkje. Ook andere mensen uit de wijk en van De Nieuwe Jutter doen mee, we zijn met zijn achten. We houden onderling contact met een groepsapp. Eenmaal per week bellen we iedereen hoe het gaat, en eens per twee weken brengen we een aardigheidje langs en maken een kletspraatje. De gemeenschap bestond natuurlijk al lang, maar met het hulpnetwerkje investeren we daar weer verder in. Veel van die gemeenschap bestaat compleet onder de oppervlakte. Als je je er in verdiept duizelt het je van de complexiteit en de rijkdom ervan. Als we met pakketjes langs alle ouderen van de Ouderensoos gaan weet Marjan – bewoonster, niet bij de Ouderensoos betrokken, wel bij De Nieuwe Jutter, en nu dus ook bij het hulpnetwerkje -: ‘Rinus kan niet opendoen’. Dat blijkt te kloppen, er doet niemand open als we bij hem langsgaan. ‘Geeft niet, zegt Marjan, ik breng hem straks eten, dan geef ik het hem wel.’ Hè? Ja, ze verzorgt vijf keer per week zijn maaltijd. O juist, dat weet je dan weer. Zo zijn we al snel verbonden met andere groepen van De Nieuwe Jutter: de mensen van de biljartclub, de kaartclub, de wijklunch en de breiclub van de maandagavond. Dat is mooi want zo houden we contact met een groep ouderen die veel en veel groter is dan de twintig mensen van de Ouderensoos. En we krijgen daardoor ook zicht op mensen die buiten de boot dreigen te vallen, want iedereen in de buurt kent elkaar wel via via.

Dus iedereen kent elkaar en wij hebben eigenlijk geen idee wat er allemaal gebeurt onder de radar. Maar het komt niet uit de lucht vallen, er is ook gezaaid. Buurtpastor/opbouwwerker Titus Schlatmann heeft zich gedurende 25 jaar ingezet voor de bewoners in Rivierenwijk.

Mede door zijn inzet is er een enorme vertrouwdheid tussen bewoners onderling gegroeid en een gedeelde geschiedenis ontstaan in de buurt. We weten natuurlijk niet of het er al was in de basis, maar Titus heeft op zijn allerminst de gemeenschap een enorme slinger gegeven. De groep mensen die elkaar rondom hem gevonden hebben richtte het Trefpunt op (zelfbeheer, nauwelijks subsidie), en later De Nieuwe Jutter. Het Trefpunt en De Nieuwe Jutter werden zijn uitvalsbasis. Vanuit die uitvalsbasis heeft hij aan Mariska gevraagd of ze wilde helpen de Ouderensoos op te zetten. Die Ouderensoos heeft een al bestaande gemeenschap versterkt. Het was een kleine stap om in coronatijd een hulpnetwerkje voor de mensen van Ouderensoos te beginnen. En ook dat hulpnetwerkje versterkt het verband. Er hoeft niets gemaakt te worden, alles is er eigenlijk al, om het te laten groeien is aandacht, betrokkenheid en inzet nodig.

Nou, misschien nog een laatste opmerking – het is rijk, we zeiden het al. De acties van het hulpnetwerkje, hoe worden die betaald? Nee, we hebben geen subsidie aangevraagd. We hadden geld omdat we vanuit de Ouderensoos een beroep hebben gedaan op het uitdaagrecht, het Bewonersbod zoals dat in Utrecht heet. Het idee is dat de Ouderensoos ‘zorg levert’ – wat een vreselijke uitdrukking trouwens – waar de gemeente zorgaanbieders voor betaalt. Als ze dat nou ook met initiatieven als de Ouderensoos doet kunnen bewonersinitiatieven een inkomen verwerven dat ze weer kunnen inzetten voor de dingen zie zij in hun buurt belangrijk vinden. Zoals ons hulpnetwerkje bijvoorbeeld. Dat voor elkaar krijgen is niet gemakkelijk geweest. Maar kijk eens wat een mooie dingen we er mee kunnen doen. Ook dat is zaaien.